Petronella van der Hallen is ons nog een onbekende naam, maar dat is dan ook waarom we naar het IKL moeten. Om nieuw talent te ontdekken. Alweer een vrouwelijke regisseur en dat kunnen we alleen maar toejuichen. Petronella maakte haar film aan het RITCS. Maar ze benadrukt dat ze de film niet alleen gemaakt heeft. Dat haar film, net als alle films, het werk is van een ploeg. Zo gaat dat. Maar zoals bij alle films wordt ook deze prent aan de regisseur toegedicht. Vandaar dat we haar de vragen voorlegden. En het was ook zij die antwoordde.
1) Waarom hebt u deze kortfilm gemaakt? Wat wilde u vertellen?
Ik wou graag de vraag kunnen stellen of er zoiets is als oneindigheid, een oneindig leven en spiritualiteit. Ik wou weten of ik instaat was over zulke vragen een film te maken die heel natuurlijk aanvoelt, waarin elke mens zijn eigen visie of beleving in kan terug vinden. Of hij nu atheïst, agnost of gelovig is. Omwille van onze wereld waarop deze verschillende visies door mensen geleefd worden. Een wereld waarop we samenleven maar niet weten hoe een globaal gezin te vormen.
Als reactie op Nietzsches verklaring dat God dood is. Daarmee maakt hij het leven eindig, wat een schift betekende in de Westerse visie en belevingswereld waar vervolgens een wereld uit voortvloeide waarin men steeds vreest voor het verlies wat we nog wel denken te begrijpen en te bezitten, de materie.
Het verhaal is ook dat: Eender hoe je ermee omgaat, wat je visie op het leven ook is, het blijft een wonderlijk ding waarin je een heel persoonlijke beleving hebt van een universeel gegeven die ons allen gelijkwaardig maakt.
2) Wat is de synopsis/pitch van uw film?
Het verhaal schetst een portret van een gezin( moeder, vader, 3 volwassen kinderen) op de ochtend dat de zieke vader in hun midden komt te overlijden. Vervolgens beleven we mee hoe elk lid van dit gezin die eerste dag op een geheel eigen wijze doormaakt. De verschillende beleving vormt uiteindelijk de puzzel waarin elk stukje past als het gezin dat ze samen vormen en zullen blijven vormen over tijd en ruimte heen.
3) Hoe hebt u uw cast en crew gevonden?
Crew
De crew bestaat uit collega- filmmakers die met deze film hun bachelor-project afleverden voor de afdelingen Beeld/Geluid/Montage en Assistentie, om te kunnen afstuderen voor de richting Audiovisuele Kunsten aan het Ritcs. Alsnog was het een zoektocht onder de medestudenten naar wie voeling had met dit onderwerp en de eenvoudige audiovisuele stijl die dit eerder reflectieve onderwerp kon dragen en verbeelden.
Cast
De vader was in de eerste plaats van belang, omdat je deze man maar even leert kennen in zijn fysieke vorm. Hij moest bij je blijven, zodat je het spijtig vond dat je niet de tijd had gekregen om hem beter te leren kennen. Zijn stem moest je kunnen boeien, zodat wat je net had gemist toch nog mee kreeg op een andere wijze. En de man moest een gevoel voor humor hebben dat je vanzelfsprekend vond. Lucas Van den Eynde dus. Al een geluk dat het script hem kon bekoren.
Ik zocht een gezin voor deze man, eigenzinnig maar wel bij elkaar passend .
Met Benjamin Op de Beeck had ik al een keer mogen samenwerken. Zijn spel is subtiel, meer vanuit zijn denken dan fysiek, wat paste bij een zoon met zo een rijke innerlijke wereld waarin een gesprek met zijn vader kan doorlopen ongeacht of de vader leeft of niet.
Hilde Wils, Patrick Vervueren en Marie-Ange Gilles, zijn drie ongelooflijke acteurs waarbij ik het geluk had dat ik met ze mocht werken
Je probeert een zo goed mogelijk scenario te schrijven en veel meer hadden zij niet nodig om je vervolgens inspiratie, creativiteit, verdieping en eerlijkheid en terug te geven.
4) Hoe bent u er in geslaagd uw film te financieren?
De school heeft deze film voor het leeuwendeel gefinancierd. Het is een project waarop drie studierichtingen hun bachelor diploma halen. De film die we maken voor de master is een ander verhaal.
5) Waar hebt u gedraaid?
In de kempen, in mijn ouderlijk huis. Ik zocht een huis dat al minstens 30jaar oud was, zelfgebouwd kon zijn, een eigen karakter had dat kon passen bij een familie die hun vader in zijn eigen woonkamer zou laten sterven. Een huis dat geleefd had en waarin een gezin zich geborgen kon voelen.
En we wilden open, vlakke landschappen van Vlaamse bodem. De Kempen heeft een lieflijk maar eenvoudig landschap. Het is een heel Vlaamse film, eenvoudig, ruw, stil.
6) Wat betekent voor u de selectie voor het IKL?
Een fijne verrassing. Ik wilde weten of een minder gangbare film, zowel qua inhoud als vertelling, zou kunnen resoneren bij een kritisch publiek dat het filmmedium beter kent dan ik. Als filmstudent ben je bezig een taal te leren waarin je verhalen wil vertellen. Je vraagt je af of wat je vertellen wil een noodzaak kent voor een publiek en of je al genoeg inzicht hebt in de taal die je aan het leren bent om er een eerlijke stem in te ontwikkelen die verstaanbaar is en gehoord wil worden.
Deze selectie moedigt aan om verder te zoeken en te oefenen want misschien zitten mijn collega’s en ik op een goede weg.
7) Is er eerder een film van u geselecteerd voor het festival in Leuven?
Nee, al een geluk. We zijn studenten, laat ons maar groeien in de schaduw.
8) Waarom moeten mensen uw film zien?
Hopelijk herinnert men zich dat het leven iets is om u over te verwonderen.
Verwondering is een mooie staat van zijn.
9) Wat is voor u het droomparcours voor uw film? Waar wilt u hem nog vertoond zien?
Dit is al een droomparcours. Op zich ben ik wel nieuwsgierig of de film zich aan de Vlaamse bodem kan onttrekken. Of hij ook resoneert bij mensen met een andere culturele achtergrond. Want dat zou betekenen dat we op de goede weg zijn om te leren hoe een universeel verhaal te vertellen. Maar het vraagt behoorlijk wat aandacht om je met internationale festivals bezig te houden en ik heb er weinig verstand van. Ik heb dit jaar nog de kans om een kortfilm te maken voor mijn master en verder te oefenen in vakmanschap. Dat lijkt me belangrijker momenteel.
10) Is het maken van een kortfilm een stap in de richting van het langere werk? Of wat is uw uiteindelijke ambitie?
Kortfilms, langspeelfilms, documentaires, de droom van een filmmaker: Verhalen vertellen.
‘Het is net zo verwonderlijk’ zit in de competitie voor Vlaamse Fictiefilms en draait daar in Vlaamse Fictie 3.
VERTONINGEN
Zon 29 November (22u15) in Soetezaal
Ma 30 November (20u00) in Soetezaal
Vrij 4 December (17u30) in Soetezaal
w-l-c Le cinéma vu par les belges





