Goed dat Paul Verhoeven nog eens met een goeie film uitpakt. ‘Elle’ draait nu in de bioscopen en onze verrukkelijke landgenote Virginie Efira heeft er een bijrol in. Goed, zeggen we, want we zien veel te weinig films van bij de Noorderburen. Terwijl daar af en toe ook wel iets te zien valt dat best gezien mag worden. Maar sinds we geen of nauwelijks nog Nederlandse tv kijken, kijken we ook niet meer naar hun films. Goed, de hoogdagen zijn voorbij, maar er is een nieuwe lichting aan het opstaan. Het is daar niet anders dan hier. Helemaal niet anders. Ze kijken er ook niet naar onze films. Tenzij zo af en toe eens. Zoals tijdens het jaarlijkse Belgisch Film Festival dat van 9 tot en met 12 juni in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht wordt gehouden.
Daar kunnen de Nederlanders terecht, en ook de Belgen die even de oversteek willen wagen, voor een selectie Belgische films uit zowel Vlaanderen als Wallonië. Aangezien wij zelfs in Vlaanderen te weinig Waalse films zien, is het misschien een gelegenheid om ook die films eens te bekijken.
Zo mag Bouli Lanners het festival openen met ‘Les premiers, les derniers’. Een film die bij ons ook even gedraaid heeft, maar veel te kort en veel te weinig. Maar even goed is er de Waalse zwart-witfilm ‘Je me tue à le dire’, een komedie over een hypochonder, waarmee de Waalse regisseur Xavier Seron op het International Palm Springs Film Festival in Californië de prijs voor beste debuut won. Ook goed voor Le Prix Cinevox op het Festival van Namen. Maar nooit uitgebracht in Vlaanderen.
Ook veel Vlaamse film, zoals het bekende ‘Café Derby’ van Lenny Van Wesemael. Die aanwezig zal zijn om haar film met Wim Opbrouck en de Nederlandse Monic Hendrickx in te leiden. Ook Vincent Bal is van de partij, want hij mag zijn muzikale komedie ‘Brabançonne’ aan de Nederlandsers voorstellen. En de vertoning van ‘Problemski Hotel’ van Manu Riche is voor de organisatoren van het festival in Utrecht een aanleiding om een boompje op te zetten over boekverfilmingen. Want ‘Problemski Hotel’, zo weten jij en ik, is natuurlijk een verfilming van het gelijknamige boek van Dimitri Verhulst.
Maar er is nog veel meer te beleven op dat Belgisch Film Festival. Zoveel dat het ons spijt dat we hier zijn en niet daar.
Gisterenavond was er al bij wijze van prelude een openluchtvertoning van ‘Belgica’ van Felix Van Groeningen, een film die eerder een bioscooprelease kreeg in Nederland. Ook ‘D’Ardennen’ was eerder te zien. Maar voor de reeks lezingen en gesprekken in het Literatuurhuis trekt ook Robin Pront, regisseur van de film, naar Utrecht. Net als ‘Black’ van Adil El Arbi en Bilall Fallah, waarvoor de Hogeschool Utrecht een collegetour organiseert. Geweldig toch, die Nederlanders.
Waar wachten we nog op met dat Nederlandse Film Festival?
Klik HIER en neem een kijkje op de site van het Belgisch Film Festival
w-l-c Le cinéma vu par les belges


