Moon Blaisse is een naam die opvalt, een verschijning die opvalt en ze maakt films die opvallen. Een paar jaar geleden liet ze zich tijdens het Film Fest Gent al opmerken met de lange documentaire ‘Maarten Vanseveren : addicted to every possibility’ en het afgelopen jaar werd ze bekroond met de persprijs op het Internationaal Kortfilmfestival van Leuven voor haar mijmerende film ‘Guest’, waarin het personage van Peter Van den Begin vooral geconfronteerd wordt met zichzelf. Een film die ze maakte met de VAF Wildcard die ze eerder versierde. In Leuven werd Moon geconfronteerd met een enthousiast publiek, toen ze het festival mocht openen. Niet toevallig. Moon is duidelijk een dame die iets te vertellen heeft. Ook wanneer je haar heel eenvoudige vraagjes stelt. Ze heeft er haar werk van gemaakt. En ze stelt een hoop vragen bij. Eens zien of u de antwoorden vindt.
1) Was 2015 een goed filmjaar voor u en voor de Belgische film en waarom of waarom niet? (hoogtepunten, laagtepunten…)
Het was wat mij betreft een bewogen filmjaar, met een aantal hoogte- en dieptepunten. ‘Bobbejaan’, de documentaire van Benny Vandendriessche is mij bijgebleven als een van de hoogtepunten. Daarnaast heb ik veel bewondering voor wat Robin Pront en Jeroen Perceval met hun debuut hebben klaargespeeld. Natuurlijk ben ik ook heel trots dat ‘Bevergem’ van Gilles Coulier en Gilles Deschryver zo is aangeslagen.
Hoewel ik me wel even in mijn koffie verslikte bij het zien van de nieuwe reclamespot van TRIAS alsook bij het video-jaaroverzicht van deredactie.be, zou ik als dieptepunt misschien toch kiezen voor de reportage van ‘Koppen’ over het succes van de Vlaamse film. Hierin wordt software voorgesteld die op basis van een scenario kan uitrekenen hoe groot het kassucces van de uiteindelijke film zal worden. Het is pijnlijk om zo’n belangrijke discussie op zo’n absurd niveau gevoerd te zien worden.
Het internationale succes van de Vlaamse cinema van de afgelopen tien jaar, is (naar mijn mening) niet te danken geweest aan gehaaide marketing strategien, maar aan een filmfonds dat jonge makers met een eigen geluid volop heeft gestimuleerd en hun onverwachte keuzes serieus heeft genomen. Dit heeft de kansen en de daarop volgende successen van Michael Roskam, Michael Roskam, Felix van Groeningen, Gilles Coulier, Bas Devos, Gust van de Berghe, Robin Pront, Fien Troch. (en vele anderen) mogelijk gemaakt.
Het is altijd zeer moeilijk om het op te nemen voor films (en kunstwerken in het algemeen) die geen groot publiek trekken. Toch zijn er hitfilms die ik samen met miljoenen anderen gezien heb en waar ik daarna nooit meer aan zal denken, en onbekendere films die mijn leven hebben veranderd. Zoals meer grote kunstwerken, waren deze van onuitdrukbare betekenis. Vragen als: wat heeft deze film mij opgeleverd? Waar diende ze voor? Waarom zouden we dit kunstwerk willen of nodig hebben, kan ik niet beantwoorden. Zoals ik ook het nut niet kan uitleggen van een grote liefde of het krijgen van een kind. Haar waarde is essentieel en haar invloed groots maar onmeetbaar.
Vind ik hiermee dat filmmakers als een gesubsidieerde hobbyclub wat mogen aanmodderen? Absoluut niet. Als je geen ambitie hebt om met een publiek te communiceren denk ik niet dat je filmmaker moet worden. Ik vind dat geen enkele filmmaker genoegen mag nemen met minder dan het allerbeste dat hij te bieden heeft, ongeacht genre, leeftijd of doelgroep. We moeten onszelf en elkaar permanent in vraag stellen en in altijd in dialoog blijven met de wereld om ons heen. Maar dit is niet hetzelfde als je richten op scoren.
Welke richting we uitgaan als we dit scoren als enige en uiteindelijke doel stellen, zien we misschien het beste bij de commerciële televisie, die op dit moment is uitgekomen op programma’s waar mensen naakt met elkaar blinddaten, of shows met bekende Nederlanders op een duikplank die hun sprong en badpak laten jureren door andere bekende Nederlanders.
Hoe revolutionair deze concepten ook zijn, ik vrees dat de impact van deze shows exact even lang duurt als hun uitgestuurde prikkel en dat dit op lange termijn wat saai wordt als we hier niets anders tegenoverstellen.
De helden uit de filmgeschiedenis (waaraan wij allen, inclusief de regisseurs van de grote blockbusters nog altijd schatplichtig zijn), zijn vaak de idioten die in hun tijd de bewandelde paden durfden te verlaten om iets nieuws te proberen, met het risico volledig te falen. Op het moment dat je je als filmindustrie gaat richten op het voldoen aan de verwachting van een kijker, richt het zich hiermee (zoals ook deze software weer bewijst!) alleen op wat in het verleden gescoord heeft en sluit je hiermee het onverwachte, het nieuwe, de toekomst die wij niet kennen uit.
2) Wat zijn uw plannen voor 2016?
Samen met regisseur Thomas Bellinck ben ik bezig met een documentaire reeks, daarnaast ben ik volop aan het schrijven aan mijn eerste langspeelfilm die ik bij ‘De wereldvrede’ ontwikkel.
3) Wie waren voor u de figuren van het jaar op filmvlak (Vlaanderen, België…)? (dat kunnen acteurs, producers, regisseurs, scenaristen, D.O.P’s, gaffers of om het even wie zijn uit de filmwereld)
Ik ben zeer trots op Gilles Deschryver en Gilles Coulier en de manier waarop zij hun risicovolle maar zeer overwogen keuzes gemaakt hebben en ik denk dat ‘De wereldvrede’ een bijzondere plek gaat worden als productiehuis.
4) Wie worden voor u de figuren van volgend jaar? Wie moeten we in de gaten houden?
Ik zie uit naar de nieuwe films van Fien Troch, Bas Devos, Johan Grimonprez, Gilles Coulier, ik ben benieuwd naar ‘Belgica’, ‘The land of the enlightened’ en ik hoop dat Renzo Martens snel nog eens van zich laat horen.
Zie ook :
Anderen die onze vraagjes beantwoordden
Moon Blaisse over haar kortfilm ‘Guest’
w-l-c Le cinéma vu par les belges


